Nieuw

Nieuw2

“En, hoe vind je deze?”

Thijs staarde naar het nieuwe, lichtroze shirt dat zijn vriendin vanmiddag gekocht had. Een weinig subtiel bloemetjesmotief bedekte het kledingstuk. Haar flinke borsten, waar hij zo van kon genieten, leken magisch verdwenen. De bloemen pasten niet bij haar. Die straalden iets zachts uit, iets liefs. Eline kon juist fel zijn, een trekje waar hij op viel, zolang ze dat niet tegen hem gebruikte.

De stilte was drukkend. De vraag voelde als een vuurdoop. Thijs en Eline kenden elkaar pas twee maanden. Toch kon hij het gevoel niet ontlopen dat het antwoord op deze vraag hem voor altijd zou achtervolgen. Moest hij eerlijk zijn? Moest hij zeggen dat hij het niets vond en riskeren dat ze hem met de nek zou aankijken en dit akkefietje bij elke mogelijkheid zou aanhalen? Of moest hij liegen, zeggen dat het shirt prachtig was -een vrouw keek er dwars doorheen als je zei dat zij prachtig was- en leven met het feit dat zij eens in de zoveel tijd als een verlepte zandzak rond zou lopen?

Zijn stembanden weigerde dienst. Zijn hartslag rees. Als man hoorde je te zeggen dat je jouw vriendin mooi vond, anders wist je niet wat voor beerput je open zou trekken. Zijn vrienden hadden er verhalen genoeg over. Erik had ooit eens de fout gemaakt zijn vriendin te zeggen dat haar oude schoenen mooier waren dan de nieuwe. Nu telkens als hij iets te lang wachtte met zijn mening geven, sneerde ze dat hij vast de vorige versie beter vond.

Zijn zwijgende blik bleef hangen op het punt waar de borsten hoorde te zitten. Zijn lichaam spande zich aan, bereidde zich voor op de gevolgen van dit ene, allesbepalende moment.

Toen bastte ze in lachen uit.

“Je vindt het niks!” riep ze.

“Uhh.” Thijs had geen idee wat er gebeurde. Ze lachte hard. Dat was geen klap in het gezicht, maar was het positief? Haar geschater deed hem opkijken. Haar ogen werden zachter, haar glimlach liever.

“Het is oké, hoor,” zei ze. “Je mag het eerlijk zeggen als je het niets vindt. Je hebt toch recht op je eigen mening?”

Ze klonk alsof ze het meende. Zijn lichaam ontspande wat. Zijn kaak kwam in beweging. “Ja,” stamelde hij. “Uhh, niet echt mijn smaak.” Een opgelucht glimlachje kon hij niet onderdrukken.

“Oké.” Eline bracht haar handen naar de onderkant van het vormloze geval en, zoals alleen een vrouw dat kon, hees het ding in één ruk over haar hoofd. Ze gooide het opzij, ergens in de hoek. “Die trekken we niet meer aan.”

Thijs staarde naar het onthulde bovenlijf, naar de donkere beha die de stevige buste op zijn plek hield.  “Dat is beter.” Zei hij dat hardop?

Nadat ik van dit verhaal een eerste versie had geschreven, heb ik mijn man erbij gehaald om te kijken wat hij van mijn mannelijke perspectief vond. Benieuwd wat hij ervan zegt? Je ziet het in dit filmpje.