Ijs

Ijs was een vaste stof. Ijs was water dat onder het vriespunt kwam. Ijs was wat er aan de randen van de vriezer zat, waardoor de lades vastliepen. De smeltende poolkappen, de berg die de Titanic liet zinken, die blokjes in de martini van James Bond, dat was ijs.

Ijs was niet iets wat spontaan ontstond op een zwoele zomeravond in een steegje achter de Albert Heijn. Ijs ontstond al zeker niet door met je hand te wijzen naar die persoon in Halloween kostuum die je de stuipen op het lijf joeg toen hij ‘hallo’ zei. Dat kon niet, dat was onmogelijk. Dat bestond niet. Het ging in tegen de wetten der natuur.

En toch stond daar voor zijn neus een perfect ijsbeeld van de dunne, gehoornde figuur met spits gezicht en opwaartse slagtanden die hem de stuipen op het lijf had gejaagd.

Zou hij zich dat ook ingebeeld hebben? Zou hij dit beeld te plotseling opgemerkt hebben en zou zijn brein daarbij hebben bedacht dat het echt was en hem aansprak? Het beeld van ijs was nog perfect in vorm. Als het daar eerder vandaag neergezet was, met de tropische temperatuur van vandaag, dan zou het toch grotendeels gesmolten moeten zijn? Of was het hele idee achter het kunstwerk dat pas na een paar uur smelten de gelijkenis correct was?

Dat moest het zijn. Dat was de enige logische verklaring. Kunstenaars deden wel vaker vreemde dingen. Hij was gewoon op de juiste tijd klaar met zijn dienst om dit beeld in zijn best lijkende vorm te zien. Kijk, Het beeld smolt gewoon langzaam verder.

Een druppel liep langs de arm van de figuur naar beneden, naar de uitgestrekte hand, drupte op de grond en verdween meteen. Dat verdampte snel. Te snel. Als dit beeld al een tijdje aan het smelten was, zou er ondertussen toch meer water verzameld moeten zijn bij de voet?

Er kletste nog een paar spetters op de grond. Het proces versnelde, de druppels voegden zich samen tot een dun straaltje water. Hoe kon dat? Waarom zou het smeltproces nu ineens versnellen, als dat beeld er al zo lang stond? De lucht werd eerder kouder dan warmer.

Plots leek het beeld wat te bewegen. Probeerden de kromme ijsvingers zich te strekken? Met ingehouden adem zag hij hoe de hand ontdooide, daarna de arm en ook de rest van het lijf volgde snel. In plaats van dat de sculptuur als een plas water uiteen viel, stond daar de gehoornde gestalte zoals zijn brein die eerder had waargenomen.

“Pfoeh, je hebt nog veel te leren.” De figuur met de verrassend hoge mannenstem veegde met zijn handen over zijn doorweekte kleding. Die droogde ter plekke op, nog zoiets onmogelijks. Van onder de hoorns keken een paar diepgelegen, donkere ogen hem kritisch aan. “Ja, kijk maar niet zo verbaasd. Waarom blijf je in hemelsnaam als een idioot op de grond zitten staren tot ik ontdooid ben? Als ik je kwaad had willen doen, was je nu dood geweest!”

Benieuwd hoe dit verhaal tot stand is gekomen? In deze video’s laat ik het zien.